Archive for February, 2011

lezen: patrick modiano-Horizon

Posted by Mels de Jong on February 7th, 2011 under Uncategorized  •  No Comments

Lezen: (Patrick Modiano : L’Horizon. Gallimard, 2010. 172 pag.

Patrick Modiano, volgens sommigen de beste Franse schrijver sinds Marcel Proust, werd deze zomer 65 jaar. Hij werd geboren in 1945, vlak na de bevrijding en heeft dus de Tweede Wereldoorlog op een haartje na gemist. Een toevallig incident zou men denken, maar voor Modiano betekende het de bron, waaruit hij eindeloos kon putten om zijn literaire oeuvre op te bouwen. Hij zag zich genoodzaakt om een verleden dat hij niet zelf had gekend voor zichzelf te creëren. Het resultaat vindt men in zijn eerste romans: La Place de l’Etoile  en La ronde de nuit.  Zij maakten van Modiano meteen een gevierd schrijver en dat is hij nu, ruim veertig jaar later, nog steeds. Ieder jaar wordt  uitgezien naar zijn nieuwe roman, en ieder jaar voldoet hij weer aan de verwachtingen, in de zin dat nog steeds het verleden een allesbepalende rol speelt. Men beweert zelfs, dat als men Modiano een vraag stelt in de tegenwoordige tijd, dat hij dan het antwoord geeft in de verleden tijd. Toch is de bittere noodzaak die Modiano aanvankelijk voelde om de periode onmiddellijk voorafgaande aan zijn geboorte een gezicht te geven, in de loop der jaren afgezwakt tot een toevallig verleden van een toevallige hoofdpersoon, die niettemin tracht greep te krijgen op dat verleden omdat daarin de gebeurtenissen plaatsvonden die de kleur van zijn leven bepaalden. Erg nadrukkelijk gebeurt dat niet, want daarvoor zijn de gebeurtenissen te vluchtig, te moeilijk achterhaalbaar. Het verleden mag dan belangrijk zijn, maar een sleutel om er binnen te komen ontbreekt. Anders dan Proust, die zijn laatste boek de titel meegaf: Le temps retrouvé, zal Modiano naar het zich laat aanzien zo’n titel nooit gebruiken. De titels die hij kiest, zijn anders maar passen wondermooi bij de taak die hij zich heeft opgelegd: Du plus loin de l’oubli, of: Dans le café de la jeunesse perdue, om er maar een paar te noemen.

            Om toch enige greep te krijgen op het verleden tracht Modiano op minutieuze wijze de situatie weer te geven. Hij noemt de namen van de  straten, compleet met huis- en telefoonummers, muziek die als achtergrond fungeerde, maar zelfs deze concretiseringen komen niet verder dan het weergeven van een sfeer. De verdwenen werkelijkheid laat zich niet vangen, en steeds opnieuw staat de hoofdpersoon met lege handen.

            Zijn nieuwste roman, L’Horizon, opent met de zin: ‘Sedert enige tijd dacht Bosmans aan bepaalde gebeurtenissen uit zijn jeugd, gebeurtenissen die geen vervolg kenden, die strikt afgebakend waren, gezichten zonder naam, vluchtige ontmoetingen.’ Hierin is de hele thematiek van het boek maar ook van het totale werk van Modiano al aanwezig. Verder lezen lijkt zinloos, maar je doet het toch, omdat je je opnieuw uitgenodigd voelt door de vederlichte en heldere verteltrant van de schrijver, om zijn nieuwe avontuur met hem te beleven.

            De hoofdpersonen zijn een jongen, Jean Bosmans, en een meisje, Margaret Le Coz, die elkaar toevallig in Parijs ontmoeten, waarna Bosmans Margaret regelmatig komt afhalen bij het kantoor waar zij als typiste werkzaam is. Het kantoor onderhoudt contacten met de politie, maar daar heeft zij niets mee te maken: zij doet enkel administratief werk. Bosmans werkt in een boekwinkel die gespecialiseerd is in occulte literatuur. Margaret vertelt, dat zij zich bedreigd voelt door een man, Boyaval, die zij in Annecy heeft leren kennen, en die haar sindsdien hinderlijk volgt. Zij komt hem voortdurend op straat tegen en hoewel er nooit iets gebeurt gaat er voldoende dreiging van uit om haar een soort straatfobie te bezorgen. Op dit punt kan Bosmans meepraten, want hij komt steeds zijn roodharige moeder tegen, die in het gezelschap is van een soort afvallige priester, en die hem steeds de huid vol scheldt  om hem daarna om geld te vragen. Hoe vreemd en onwaarschijnlijk deze gebeurtenissen ook zijn, het is de kracht van Modiano dat hij dit gevoel van beklemming dat kennelijk voor zijn personages uitgaat van het Parijse straatbeeld op de lezer weet over te brengen.

            Margaret is niet tevreden met haar baantje en probeert aan de slag te komen als au pair, een beroep dat zij al eerder in Zwitserland heeft uitgeoefend. Het lukt, en zij krijgt een baan eerst bij een advocatenechtpaar en later bij een osteopaat. Deze  laatste wordt, samen met zijn vrouw, thuis gearresteerd, en Margaret krijgt te horen, dat zij zich de volgende ochtend bij de politie moet melden voor een ondervraging.  Waarom het echtpaar wordt gearresteerd wordt niet vermeld, maar Margaret wacht haar ondervraging niet af, en vertrekt nog diezelfde avond met de trein naar Duitsland, ‘want zij weten dingen van mij die ik je niet heb verteld, en die in hun dossiers zitten.’

            Dit is de reconstructie die Jean Bosmans geeft van die ene winter, die hij met Margaret Le Coz heeft doorgebracht in Parijs, en waarvan hij nu, dertig jaar later de tekens probeert te achterhalen. Alles blijkt niet verdwenen. Hij weet Boyaval op te sporen, die een onschuldige huizenmakelaar blijkt te zijn, en hij ontmoet nog eens zijn moeder, nu met witte in plaats van rode haren. Zij slaat hem met haar wandelstok op een schouder, waarbij hij licht zijn hals verwondt, maar wat hij ondergaat als een bevrijding: hoe is het mogelijk dat ik eens bang voor haar ben geweest? De dreigingen uit het verleden zijn plotseling verdwenen of zelfs potsierlijk geworden. De klap op de schouder is dus misschien een ridderslag. Schaterlachend vervolgt hij zijn weg, terwijl zijn moeder nog haar hand ophoudt voor een aalmoes. Maar hoe zou het met Margaret zijn, zou zij nog leven? Hij vertrekt naar Berlijn, waar zij geboren is, en waar hij het gevoel heeft, dat de stad en hij even oud zijn, want allebei geboren in 1945. Hij voor het eerst, en Berlijn voor de tweede keer, na volledig te zijn verwoest. Hij ontdekt na enig zoekwerk, dat zij in een bibliotheek werkt. Het boek sluit af op het moment, dat hij op weg is naar de boekwinkel om Margaret weer te ontmoeten. Er is nog hoop. Misschien is dit de betekenis van de titel van het boek: De Horizon, want ergens schrijft hij: ‘Voor het eerst had hij in zijn hoofd het woord: toekomst, en een ander woord:  horizon. Op die avonden waren de verlaten en stille straten van de wijk vluchtlijnen, die uitmondden in de toekomst en de horizon.’ Betekent dit vooruit kunnen zien een wending in het werk van Modiano? We zullen het moeten afwachten.

                                                                                                                 Mels de Jong.