Archive for March, 2011

Het zeegat uit

Posted by Mels de Jong on March 5th, 2011 under Uncategorized  •  No Comments

                                              HET ZEEGAT UIT.

Niels D. heb ik leren kennen eind jaren vijftig bij onze vrienden Joan en Maureen. Zij woonden toen op de Oude Schans, en Niels had daar ook een kamer. Hij studeerde biologie. Ik kwam daar zeer regelmatig om met Joan te schaken. Wij schaakten allebei in de schaakcompetitie van het Psychologisch lab, en ook nog op de schaakclub UD, die speelde in het Amsterdams Schaakhuis aan de Henri Polaklaan. Niels vond ik meteen aardig. Hij zag eruit zoals je je een bioloog voorstelt: slordig en nonchalant gekleed, een warrige haardos, blond in zijn geval, en een klein Gouds pijpje in een mondhoek. Na verloop van tijd had het gips van het pijpje een rond gaatje tussen zijn tanden uitgesleten, waar de steel net in paste. In die tijd logeerde Eileen, het zusje van Maureen ook bij hen, en het duurde niet lang of zij kreeg een relatie met Niels en trouwde zelfs met hem.

            Niels kwam uit Deventer, waar zijn vader longarts was voor de regio Overijssel, als ik me goed herinner. Bij het afstuderen van Niels, juni 1967, werd het feest gevierd in de ouderlijke woning. Het was een groot, statig landgoed gelegen in een bocht van de IJssel. Ik stel mij voor, dat de plantagewoningen uit de slaventijd er zo hebben uitgezien, compleet met een bordes en pilaren. Het feest vond plaats buiten in de tuin, wat goed kon, omdat het weer mee zat. Er was veel drank, en toen het tijd werd om te eten, werden er teilen vol met gebraden kippetjes aangedragen. ’s Avonds, toen het al schemerde las de vader van Niels op het bordes een verhaal voor, waarbij het hele gezelschap zich rondom hem schaarde. Geslapen werd er die nacht in tenten in de tuin.

            Niels had nog drie broers: Harald, een wiskundige en een goede schaker, die ik in die hoedanigheid al eens bij Joan had ontmoet, Serge, ook een bioloog, die, meen ik, is gepromoveerd op een onderzoek naar vleermuizen in de grotten van Zuid-Limburg, en Gunnar, die later een bekende architect zou worden. Er waren ook nog één of twee zusjes, maar die staan mij niet meer helder voor de geest.

            Het was een legendarische avond, ook al door het prachtige huis waarin het feest gehouden werd. Later heeft het nog een rol gespeeld in de filmgeschiedenis. Tijdens de opnames voor de oorlogsfilm over de slag om Arnhem: A bridge too far, werd het door de filmmaatschappij opgekocht omdat men een geschikt huis zocht dat kon dienen als Ortskommandantur. En zo kon het gebeuren, dat Serge, die een congres bezocht in Amerika, en een avondje naar de film ging, zijn ouderlijk huis voor zijn ogen aan flarden geschoten zag worden.

            De ouders waren verhuisd naar het Noorden van Friesland, ook alweer in een prachtig huis, waar een paar jaar later Niels zijn promotiefeest gaf. Het zal in 75 of 76 zijn geweest, want ik herinner mij dat wij net een hondje hadden, Myra, die mee is geweest en door iedereen op het feest in de watten werd gelegd.

            Vlak na het feest in Deventer gingen Gerda en ik, met Joan en Maureen en hun dochter Bridget, op vakantie naar Jaujac. Wij waren daar nog maar een paar dagen, toen ook Niels langskwam op een grote Harley Davidson, met Eileen achterop. Zij zijn een weekje gebleven, gedurende welke Niels zijn verzameling dieren op sterk water flink heeft kunnen uitbreiden. Ik herinner mij een grote smaragdhagedis, die hij ving door er zich razendsnel bovenop te laten vallen, en vele waterslangetjes, die hij eenvoudig in het riviertje bij het huis ving, door onder de stenen te kijken, waar er meestal wel een paar zaten. Ik zie hem nog met een hele kluwen slangen in zijn hand naar de kant zwemmen. Op een morgen kwam ik beneden voor het ontbijt en toen zat  hij al op het stoepje een bosmuis op te zetten, die hij die nacht in een valletje gevangen had. Kortom, geen alledaagse logé.

            Later is Niels gaan werken bij het Rijksinstituut voor Visserij-onderzoek, het Rivo, in IJmuiden . Zij hadden een onderzoeksboot, de Tridens, waarmee regelmatig werd uitgevaren om onderzoek te doen naar de visstand in de Noordzee. De Tridens was 61 m lang en 9 m breed. Hij had 1800 pk en was 21 jaar oud. Door zijn ouderdom zou hij aan het eind van het jaar worden vervangen door een nieuwe versie, die iets groter zou zijn. Wat mij intrigeerde was, dat er ook wel eens een gast meegenomen mocht worden aan boord. Hoe graag zou ik dat ook een keer willen doen, maar een praktisch bezwaar was, dat ik moeilijk een dag of veertien vrijaf kon nemen van mijn werk. Maar nadat ik in 1987 met vervroegd pensioen was gegaan, leek de mogelijkheid eindelijk aangebroken. Iedere keer als ik Niels zag, informeerde ik wanneer het zou kunnen, en in mei 89 was het zover. Ik moest me maar om en uur of elf melden in IJmuiden.

            Ik vertrok op 22 mei met de bus van 10.10 uur uit Amsterdam naar IJmuiden, waar ik om 11 uur aankwam. Niels was nog even bezig op het Rivo, dus heb ik daar mijn tas neergezet en ben alvast even naar de Tridens gelopen om een foto te maken. Teruggelopen en met Niels in zijn auto naar de boot gereden. Ik bleek een hut voor mij alleen te hebben. Niels stelde mij voor aan een paar bemanningsleden, en aan twee andere biologen, Henk Heessen en Gerrtit Rink. Er waren ook twee vogelaars, René Kriek en Pim Wolf, die regelmatig meevoeren, in opdracht van het NIOZ (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Zee.) Zij registreren op de reizen de vogels die zij tegenkomen. Gewoon een kwestie van turven, vanuit rieten stoelen die op een plat boven de brug staan. Het werd voor mij ook een van mijn geliefkoosde plaatsen. Voordat wij konden varen, moesten er nog een hoop voorbereidingen worden getroffen, zoals het aan boord brengen van de netten en de ‘borden’ –zware ijzeren platen die de netopening geopend moeten houden, en het laden van schaafijs voor de koeling van de vissen. Daardoor duurde het tot half vijf voor we vertrokken. Voor die tijd was de marconist/steward Han Geels al langs geweest om te vragen wat ik wilde bestellen aan drank- en rookmiddelen.  Gekozen voor 1 liter jonge Bokma, 1 whisky, een krat Heineken pils en 5 pakjes Samson-shag. Daar moest ik de tijd wel mee zoet kunnen brengen. Bij het aan boord gaan kreeg ik van Niels ook een ‘overlevingspak.’ Hij vertelde dat als je in water van een graad of 12, 13 valt, nu dus, dat je dan nog maar een half uur te leven hebt, door onderkoeling. Met het pak aan heb je nog een half uur langer.

            Het vertrek vind ik altijd het mooiste van een bootreis. Kijken hoe je de haven uitvaart en hoe daarna het land steeds verder verdwijnt. Het was prachtig weer, met een stevige oostenwind. Ik posteerde mij met mijn verrekijker op mijn plaats boven de brug en ben daar lang blijven zitten. We zagen een zwerm dwergmeeuwen voor de boot langsvliegen. Handig om vogelaars aan boord te hebben, dan weet je tenminste wat je ziet. Daarna, ter hoogte van Texel zag ik een fitis aan boord radeloos heen en weer vliegen. Niels bleek hem ook gezien te hebben maar was er niet zeker van of het een fitis of een tjiftjaf was, maar hij had ook geen kijker. In de loop van de avond, na de broodmaaltijd, is er een proeftrek gedaan, die een veertigtal haringen en horsmakreel opleverde. Later op de avond nog een. Toen enkel een rode poon en ‘pitvis’. Daarna heb ik met de vogelaars naar een videofilm van Dudley Moore gekeken in de salon en daarna met een van hen en Niels nog een paar borrels gedronken. Om 1 uur naar bed.

            Slecht geslapen die nacht, door het slingeren van het schip, maar geen zeeziekte. Daar heb ik nooit last van. Niels zegt dat hij er bijna altijd last van heeft na het uitvaren. Ik sliep pas in tegen de morgen en miste daardoor bijna het ontbijt, dat tussen 7.30 en 8.30 uur genuttigd kan worden. De eerste trek leverde een grauwe poon en een 0-groep kabeljauw van 2.5 cm en een dito schelvis op. Interessant, want het doel van de reis is het onderzoek naar jonge kabeljauwen. Tijdens de koffie heb ik met de schipper, Arie Krijgsman en Niels gepraat over pelagische vissoorten, dwz vissen die de hele ‘kolom’ water bezwemmen, zoals makreel en wijting, dwz van net onder de oppervlakte tot de bodem.

            ’s Middags op mijn plek boven de brug gezeten, heerlijk in de zon gelezen en vogels gekeken. Een hele zwerm Noordse stormvogels. René, een van de vogelaars vertelde mij dat zij twee buisjes boven op de snavel hebben, die duidelijk, zichtbaar zijn, en waardoor zeewater naar binnen komt. Die buisjes hebben het vermogen om het zout uit het water te filteren. Vanavond met de vogelaars opniew een fitis aan boord gezien. De laatste trekken leverden veel visjes op: de gewenste kabeljauw, 0-groep wijting, zandspiering, haring en sprot. Aan tafel hadden we een discussie over ‘sardijnen’, wat sprot is. Wat ze in Nederland als verse sardientjes verkopen zijn ‘pilchards’, verwant aan haring, sprot en echte sardines, en moeilijk te onderscheiden. Bij een van de trekken zaten ook uiterst curieuze, donkerbruine, platte, geleedvormige wormen. Door Niels lintwormen gedoopt, maar hij kende ze ook niet. Op sterk water gezet voor nader onderzoek.

            Voor het avondeten met Niels een borrel gedronken op mijn kamer. Hij keek erg bedenkelijk toen ik vroeg of ik over deze reis in reportagevorm mocht schrijven, bij voorbeeld voor VN. Hij zei dat het bureau voorlichting van het RIVO nogal schichtig over dat soort zaken doet. Ik heb het toen meteen laten zitten, maar zei wel dat ik het wel eens officieel zou vragen om dan meteen een nieuwe reis te bespreken. Daar kon hij wel om lachen.

            ’s Avonds in de salon hoorden wij dat er dolfijnen waren gesignaleerd. Later op de avond bevestigd door de vogelaars. Ik heb niets gezien. Om kwart over elf kwam de laatste trek binnen, met een goede oogst aan kabeljauwen: 399, met een gemiddelde lengte van 4 cm. Ook een zeewolf van dezelfde lengte, en een grote hoeveelheid kwallen. Niels zei, dat jonge kabeljauwen vaak het gezelschap van kwallen zoeken, om zich eronder te verschuilen.

            24-5.- We varen nu in zuidelijke richting, waardoor ons plaatsje boven de brug in de volle wind is komen te liggen. Na het ontbijt er toch nog drie kwartier doorgebracht. Na de lunch op het voordek gezeten, achter de hoge opstaande rand van de boeg. Uit de wind dus, en in de zon. Het water is 12 °. De trek van 4 uur leverde een grote hoeveelheid kleine haring op, ongeveer 20 cm, een zestal wijtingen, een grauwe poon en een klein aantal 0-groep kabeljauw. De grotere vissen worden allemaal onderzocht op maaginhoud. De magen worden uitgeknepen in potjes en bewaard op formaline om thuis verder onderzocht te worden. Toen ik daarna in mijn hut zat te lezen, kwam Henk Heessen mij waarschuwen dat er dolfijnen waren bij het voorschip. Onmiddellijk met hem, Niels en de twee vogelaars over de reling boven de boeg gehangen, en jawel, een stuk of zes witsnuitdolfijnen die een fantastisch spel speelden met het schip. Net voor de boeg uitzwemmend, kantelend, wegdraaiend en terugkomend als om het schip uit te dagen hen te achtervolgen. IJlings mijn fototoestel gehaald, maar ik was te laat om nog scherp te kunnen stellen. Even later verdwenen zij in de diepte en hebben wij ze niet meer terug gezien.

Na het eten hebben we met een stel naar de Europacup-finale voetbal gekeken. AC Milan

tegen Steau Boekarest. Milan won met 4-0, door 2 doelpunten van Gullitt en 2 van Van Basten. Daarna nog een film en wat gepraat en gedronken met Niels en Pim. We komen vrijdagavond in Esbjerg, Denemarken, aan en vertrekken zondagavond weer.

            Op de 25ste is er voor het eerst met de kuil gevist. Het leverde een grote hoeveelheid vis op. Veel schol, makreel, wijting, maar ook een zeewolf, een rog en een aantal heremietkreeften. De kuil heet eigenlijk GOV (grande ouverture verticale) of ‘Frans patent’. De verticale opening is zo’n 6 meter hoog. De tweede trek om 12 uur leverde nog meer op. Een paar grote kabeljauwen, de grootste was 1.20 m, en een grote hoeveelheid haring. Hoewel het vanochtend nog warm was en bijna windstil, was het al wel heiig aan de horizon. Om twaalf uur zaten we middenin de mist. Vanaf de brug kon je de boeg zien, maar ook niet veel verder.

            Na het eten een kijkje genomen op de brug. De stuurman, Adrie Hoek, heeft me de RADAR en de echo-apparatuur laten zien, waarmee de bodem en alles wat zich tussen de bodem en het oppervlak bevindt, kan worden gepeild. Het is te zien op een monitor, maar wordt ook uitgeschreven op papier. De trek van kwart voor vier bestond voornamelijk uit wijting, met ook weer een aantal grote kabeljauwen, grauwe ponen, schol, tong, smelten en een heek. In de magen van de kabeljauwen vond Niels wijtingen en zeemuizen, die eruit zien als een soort stekelige rupsen. Na het eten nog een trek, met drie grote lengen en twee zeewolven, naast de gebruikelijke kabeljauw. In de maag van de grootste leng (1.15 m) zat een nog nauwelijks aangetaste kabeljauw van 40 cm. In z’n geheel, met de staart naar achteren. Later kreeg ik van Niels een otoliet van deze kabeljauw. In zijn maag zat weer een zandspiering, enz. enz.

            Tijdens het eten al werd de zee zeer ruw, wat in de loop van de avond alleen maar erger werd. Staan was niet meer te doen, en zelfs zitten in een stoel viel niet mee. Daarom heb ik maar even TV gekeken en ben ik om tien uur naar bed gegaan. Totaal niet zeeziek, maar een raar gevoel in mijn hoofd, of mijn hersenen met de golven meeslingerden. In bed was het ook niet plezierig, maar uit te houden. De kunst was om een houding te vinden die je het minste heen en weer deed rollen. Om 1 uur werd ik wakker omdat ik Niels in de hut naast mij hoorde praten. De laatste vangst was dus kennelijk net achter de rug. Daarna ingeslapen.

            De laatste vangst vertelde Niels de volgende morgen, heeft een geweldige hoeveelheid kabeljauw opgeleverd. Ik meen twaalf manden. Ook nog wat koolvis en roggen. Pim, die TV was blijven kijken, vertelde dat  op een gegeven moment alle stoelen en tafels ondersteboven gingen in de salon. En dan was het nog maar windkracht zes of zeven.

            Vandaag wordt er weer gevist met het kleine net. Tijdens de eerste trek met Niels op de brug gestaan, die mij alle apparatuur nog eens uitvoerig heeft beschreven. Aan de bovenkant van het net wordt bij het te water laten een plat instrument met sonde aangebracht, die aan de apparatuur op de brug informatie doorgeeft over de positie van de onderkant van het net ten opzichte van de bodem. Op het registratiepapier dat het signaal in de tijd uitschrijft ziet het er bij het te water laten van het net net uit of de bodem omhoog komt, tot vlak onder het net. Bij het ophalen ‘daalt’ de bodem weer.

            Vanochtend wordt constant op één plaats gevist, steeds op één diepte, dus niet pelagisch, zoals eerder met dit net. De bedoeling is om te zien wat de bijdragen zijn van de verschillende dieptes. De pelagische visserij geeft een beeld van de totale kolom. Daarna, om een uur of twaalf, varen we in één ruk naar Esbjerg, een reis van een uur of acht. Omdat de wind nog steeds sterk is, moeten de vogelaars dan aangelijnd op het brugdek zitten. Vanochtend blijf ik maar in mijn hut wat lezen.

            Voor de lunch een borrel gedronken op het voordek met Niels, Henk en een deel van de bemanning. Het werk was gedaan en we voeren full speed naar Esbjerg. Na het eten heb ik een stoel buiten gezet op het voordek en ben daar uren gaan lezen. Daarna wat gepraat met Niels die erbij kwam zitten. Bij een hoge golf ging ik bijna onderuit met stoel en al, en viel mijn kijker op de grond. Een prisma bleek duidelijk verschoven: dubbel beeld. Niels zei dat het enige dat je kunt doen in zo’n geval is de kijker nog eens laten vallen. Het werkte. Er is nu enkel nog een dubbelbeeld in de periferie. Het centrum is weer scherp.

            Na het eten videofilm: Dressed to kill. Ik zag hem voor de tweede keer, maar hij viel niet tegen. Daarna land in zicht. Om tien uur in Esbjerg, na eerst een loods aan boord te hebben gekregen. De stad in, eerst met Henk, en met de bedoeling om Gerda te bellen. In de cellen in het centrum lukte het niet om via de nummers die daarvoor bestaan een ‘collect call’ te krijgen. Toen naar een café vlak bij het schip, waar een deel van de bemanning zat. Daar lukte het wel. Gerda had net Else en Lucie op bezoek. Daarna doorgezakt met een paar matrozen en de messbediende. Aqua vit en Tuborgbier. Lang gesprek met een bemanningslid dat, toen hij hoorde dat ik psycholoog was, meteen alle problemen van hem en zijn collega’s ging doorlichten. Zijn vrouw hyperventileert, de vrouw van een ander heeft al een paar zelfmoordpogingen achter de rug, etc. Vandaar naar het geloof, van het geloof naar de politiek, kortom dronkemansgezwets. Om 1 uur thuis. Daar trof ik de bootsman Jan Groen, die de wacht had, en Niels, Pim en Piet de messbediende. Door zitten drinken en praten tot 3 uur.

            27-5.- Even de stad in om nog wat kronen te halen bij het postkantoor. Toen met Niels en Henk met de pont naar het waddeneiland Fanö. We kwamen aan in Nordby en hebben daar fietsen gehuurd. Langs het Westelijke strand naar het Zuiden gefietst. In de tuin van een restaurant wat gegeten en toen langs de Oostkant terug, langs paadjes die door mul zand voor een deel onberijdbaar waren. Mooie vogels gezien: bontbekplevier, paapje, rietgors, lachstern en grauwe kiekendief. Ook nog een hermelijn, die Niels onmiddellijk zag langs de rand van het pad, op zo’n vijftig meter afstand. Toen we om een eendenkooi heenliepen zagen we een baby-reetje in het struikgewas langs het pad. Het bewoog nauwelijks en de moeder was in geen velden of wegen te bekennen. Ik mocht het niet aaien van Niels, want door de mensengeur zou het zeker door de moeder verstoten worden. Wel een foto gemaakt.

In Nordby ijs gegeten en daarbij wat komische foto’s gemaakt. Om half zes terug aan boord.

            Na het eten TV gekeken en bij Niels op de kamer met Henk en Jan Groen wat zitten praten. Daarna nog even met z’n vieren naar het havencafé.

            De volgende ochtend stond ik pas om kwart voor tien op. Te laat voor het ontbijt, maar dat was niet erg, want we kregen aardbeiengebak bij de koffie. Met Niels naar de vissershaven. De boten die er lagen werden net gelost, met grote zuigers, die de vis meteen tranporteerden naar de vismeelfabriek aan de kade. Gekeken wat er uit kwam: zandspiering, al enigszins aan het rotten, en daardoor een ondraaglijke stank verspreidend. Vanmiddag ben ik alleen naar het visserijmuseum gegaan. Een stevige wandeling van drie kwartier. Heel aardig, zij het wat klein. Met een prachtig zee-aquarium. Om kwart voor zes doodmoe weer thuis. Niels is vanmiddag weer naar Fanö geweest. Hij heeft de roodhalsfuut gezien, die we gisteren gemist hadden. Bracht ook een wilgenhoutvlinder mee, die we op de kade hebben gefotografeerd. Na het eten met Niels geklaverjast tegen de vogelaars. We wonnen twee keer. Daarna voor het laatst, het was elf uur en om twaalf uur zouden we uitvaren, naar het havencafé, de twee vogelaars, de biologische assistent Gerrit, en ik. Aqua vit gedronken. Aan boord nog een paar uur zitten praten met hetzelfde stel, plus Niels en Jan Groen. Veel whisky gedronken. Dronken naar bed.

            29-5.- Ernstige kater. Wel naar het ontbijt geweest, waar niemand van de doorzakkers aanwezig was. Na afloop onmiddellijk weer naar bed. Om elf uur op, net op tijd om de eerste trek te zien. Niet al te veel: haring, wijting, twee zeewolven, een paar roggen en veel platvis. We blijven 24 uur op één plaats vissen. Twee grote trekken, en de rest met het kleine net. Dit wordt gedaan om te zien of er binnen het etmaal verschuivingen zijn van de vissoorten in de kolom. De avondtrek heeft ook weer een aantal zeewolven opgeleverd en heek, naast de gebruikelijke vissen. Niels kwam nog naar boven in de salon om mij een snotolf te laten zien. Meteen met Pim en René naar buiten om het visje te fotograferen. Het heeft aan de onderkant van de kop een kuiltje dat een soort zuignapje is, waarmee het zich op rotsen kan vastzetten.

            Met Pim en Arie Krijgsman, de kapitein, naar video gekeken. Ook weer de nieuwe fles whisky die ik vandaag kreeg, danig aangesproken. Niels kwam er tussen twee trekken ook bij zitten. Arie ging om half twee weg en kwam een kwartiertje later terug met twee pannen vol kleine schelvis, die hij voor ons had gebakken. Heerlijk. Achter elkaar vier verorberd. Whisky en gebakken schelvis, een uitstekende combinatie. Om drie uur naar bed.

            30-5.- Na het ontbijt weer even terug naar bed. Op tijd weer op voor de koffie. Daarna gepoogd om vanuit de patrijspoort een paar Noordse stormvogels te fotograferen. Een bezoek gebracht aan de machinekamer. Glanzend schoon. Jan van der Plas, de machinist, heeft mij, gezeten achter een enorme metertafel, het een en ander uitgelegd. Bij de machines zelf is het een oorverdovend lawaai, reden waarom de machinisten en matrozen altijd met oorbeschermers oplopen. Vanavond een klaverjasdrive bij de manschappen benedendeks. Acht man. Inzet fl 2.50. Ik won, fl 10.-. Jan Groen was tweede, en René Kriek derde. Boven in de salon nog tot vier uur gepokerd met Niels, de kapitein en de twee vogelaars. Niet om geld.

            31-5.- Om acht uur op. Nog wel slaperig. Nauwelijks geslapen door het tekeer gaan van het schip. Vooral gisteravond was het erg. Windkracht 7. Alle meubels in de salon moesten worden vastgesjord. Vochtige doeken op tafel om het wegglijden van koppen en glaasjes te voorkomen. De glaasjes drank half vol voor het overklotsen.

            Na  het ontbijt op de brug gezeten. Om half twaalf aankomst in IJmuiden. We kregen elk een grote plastic zak met vis: kabeljauw, schelvis en schol en een tonnetje nieuwe haring. Maaltijd aan boord. Daarna opgehaald in de auto door Gerda. Gerda heeft de volgende dag de zak met vis naar de visboer op de Rozengracht gebracht, met de vraag of hij de vis wilde schoonmaken in ruil voor een halve kabeljauw. Hij heeft dat met liefde gedaan, en raakte  niet uitgepraat over de kwaliteit en de versheid van de vis. Ikzelf heb de weken daarna de haringen schoongemaakt, na eerst goed te hebben gekeken, hoe de man van een haringkarretje dat doet.