Nicole Louvier

Vandaag een film op TV met Françoise Arnoul: Le chemin des écoliers. Het was een weerzien sinds lange tijd, want in de jaren vijftig was zij mijn grote heldin: mooi, en uiterst sexy, wat natuurlijk een voorwaarde was. Zoals in La rage au corps, uit 1953, waarin zij een nymfomane speelt, die getrouwd is met de arme Raymond Pellegrin. Het is waarschijnlijk haar meest zwoele rol, waar ik met het zweet in mijn handen naar heb zitten kijken. Zeer gefascineerd, maar toch ook met de gedachte hoe afschuwelijk het moet zijn om een vriendin te hebben, die je geen moment alleen kunt laten, zonder het gevoel te hebben, dat ze wel weer bij een ander zal zijn. Bij Brigitte Bardot had ik dat ook wel. ‘Ah, those kittens with their sharp claws’, zoals een Engelse vriendin over dit soort meisjes zei.

De film van vandaag was ook weer een echte Arnoul. Hij speelt in de oorlog, en Arnoul is een getrouwde vrouw, die een relatie heeft met een scholier, een piepjonge Alain Delon, die zij wil overhalen in de zwarte handel te gaan. De film is uit 1959. Arnoul was toen 28 en Delon drie jaar jonger. Het thema doet een beetje denken aan Le diable au corps, met Gérard Philippe en Micheline Presle, maar zonder ook maar ergens dat niveau te halen. De klassieke scène in de laatste film waarin de scholier Philippe zich tegenover zijn minnares, wiens echtgenoot aan het front zit, wil bewijzen, en in een restaurant tegen de ober zegt dat de wijn naar de kurk smaakt (Il sent le bouchon.)

Heel mooi vond ik destijds Les amants du Tage, waarin Arnoul een jonge weduwe speelt, die in een taxi met Daniel Gelin als chauffeur, door Lissabon wordt gevoerd, en daar alle bezienswaardigheden krijgt voorgeschoteld. Hoogtepunt is een bezoek aan een fado-tent, waar Amalia Rodriguez Barco Negro zingt. Arnoul en Gelin dansen op de muziek, waarbij Gelin ondertussen de vertaling van de tekst in Arnouls oor fluistert.

Ik moet deze film hebben gezien in het jaar 1955, het jaar waarin hij werd gemaakt. Ik kan dit reconstrueren, omdat in die tijd een nieuwe ster aan het firmament verscheen: Nicole Louvier, een Franse chanteuse van eigen teksten, die zichzelf daarbij op de gitaar begeleidde. Het liedje, waarmee zij toen ongekend populair werd in Nederland was Mon petit copain perdu. Je hoorde het regelmatig op de radio, en een vriend van mij, Henk J., had al zeer snel de grammofoonplaat in zijn bezit. Het nummer heeft voor mij nog een hoofdrol gespeeld op een verjaardagsfeestje bij Ad de K., in de Roostenlaan in Eindhoven. Ik was er voor overgekomen uit Haarlem, waar ik woonde, en trof er tot mijn verrassing Enny van B., een meisje dat een aantal jaren jonger was, en dat ik nog kende uit mijn Eindhovense tijd in de Boerhaavelaan. Zij was de dochter van een autorijschoolhouder, en bleek opgegroeid tot een alleszins aantrekkelijke jonge vrouw, die mijn hart sneller liet kloppen. Ik danste voortdurend met haar en toen het onvermijdelijke Mon petit copain werd gedraaid, fluisterde ik haar als een ware Daniel Gelin na iedere regel de vertaling in haar oor. Met groot succes, want aan het einde van de avond was het al haast vanzelfsprekend dat ik haar naar huis zou brengen. Ondanks het feit dat zij maar een paar straten verder woonde, Roostenlaan-Floralaan-Boerhaavelaan, op ongeveer een kilometer afstand, had zij natuurlijk als telg van een autorijschool een auto tot haar beschikking. Uitermate sjiek voor die jaren, maar het had wel als nadeel, dat we niet met de armen om elkaar heen de afstand al vrijend konden afleggen. Geen nood, want eenmaal bij haar huis aangekomen, zouden we de schade, en nog wel geriefelijk in de auto gezeten, ruimschoots kunnen inhalen. Tijdens het korte ritje, hadden we het over Nicole Louvier, en over vroeger, over de tijd dat ik ook nog in Eindhoven woonde. In de Boerhaavelaan draaiden we het garageplein op, waaraan naast elkaar de garages lagen van de belendende woningen, die bijna allemaal waren opgekocht door Enny’s vader, voor zijn persoonlijke wagenpark. Enny stuurde de auto in de tweede garage van rechts, waarvan de deuren openstonden, en bracht de auto tot stilstand. Ik draaide me naar haar toe, sloeg mijn arm om haar schouders en wilde haar net de eerste kus geven, toen er op het raampje van mijn portier werd getikt. Ik keek op, en zag tot mijn grote misnoegen Pieke van B., Enny’s oudste broer staan. Hij opende het portier, begroette mij natuurlijk, want ook wij hadden elkaar in geen jaren gezien, en zei toen, dat het al laat was, en dat Enny met hem mee naar huis moest gaan. Ik zei, dat ze zo zou komen, maar hij bleek niet van plan ons alleen te laten, waarop Enny tegen mij fluisterde, dat zij er ook niets aan kon doen, maar dat zij wel mee moest. Ik gaf haar nog een haastige kus, en stapte toen ook uit, zei broer en zus gedag, waarna Daniel Gelin zich naar zijn logeeradres aan het begin van de straat begaf, waar hij met Henk nog even de dingen van de avond doornam, en op luide toon Pieke vervloekte, die het zo nodig had gevonden als verlate chaperonne voor zijn zus te moeten optreden. Al met al een mooie gemiste kans, want het leek veelbelovend.

Het was de gouden tijd van het naoorlogse Franse chanson, met opkomende sterren als Georges Brassens, Jacques Brel, Mouloudji, Patachou, Catherine Sauvage, Juliette Greco en Gilbert Bécaud, met het prachtige lied Mes mains: ‘Mes mains dessinent dans le noir les lignes de l’espoir, qui ressemblent à ton corps.’ Ook de radio besteedde er aandacht aan en er was zelfs een vast programma, Met de Franse slag, waarin Ben Levie wekelijks de laatste nieuwtjes en chansons bracht. Deze laatste werd op 25 mei 1955 uitgenodigd door de Haarlemse kunstenaarssociëteit Teisterbant, om daar een avond van het Franse chanson te verzorgen. Hoewel ik geen lid was, had ik via een collega van mijn vader een introductie weten te bemachtigen, en was niet weinig vereerd om deze tempel van Godfried Bomans, gehuisvest in de kelder van café-restaurant Brinkman op de Grote Markt, eens met eigen ogen te mogen aanschouwen.  De gang van zaken op die avond was eenvoudig genoeg: Bernard Levie liet een aantal chansons horen, en de luisteraars moesten op een scorebiljet hun waardering tot uiting brengen met behulp van rapportcijfers. Wie en wat er gedraaid werd weet ik ook nog maar bij benadering, het waren in ieder geval enkel dames. Ik herinner me Edith Piaf met La goualante du pauvre Jean, en Les bourgeois de Cherbourg gezongen door een mij onbekende en ook vrijwel onbekend gebleven Mick Micheyl. Verder waren er zeker Juliette Gréco, Catherine Sauvage en Patachou. En natuurlijk waren er twee liedjes van Nicole Louvier. Om haar weer te horen had ik zo mijn best gedaan een introductie voor Teisterbant te krijgen. En zij werd slechts tweede, want Patachou ging met de eer strijken. Zij was erg populair in Nederland, waarschijnlijk door haar vertolkingen van Brassens zoals ‘Brave Margot’ en ‘Les amoureux des bancs publics’. Toch kreeg Nicole Louvier een uitnodiging om naar Teisterbant te komen en om daaraan voorafgaande een uitvoering te geven in de Haarlemse schouwburg. Patachou was om de een of andere reden verhinderd, zij was, als ik mij goed herinner, nog maar kort geleden in Nederland geweest. Nicole Louvier aanvaardde de uitnodiging en zo kon ik haar voor het eerst in levende lijve aanschouwen. In de schouwburg wel te verstaan, want het was mij niet gelukt opnieuw een introductie voor Teisterbant te krijgen. Maar haar optreden op het toneel was voor mij ruimschoots voldoende compensatie. Daar stond zij, in een lang zwart gewaad tot op de grond, het pagekopje en de volle lippen die ik al van de platenhoezen kende, en de gitaar, waar zij de meest geile klanken aan wist te ontlokken. Wist ik toen al dat zij lesbisch was? Waarschijnlijk wel, maar het maakte haar alleen maar onaantastbaarder. De onbereikbare vrouw, zo moest het blijven. Voor mij golden haar teksten en het ingénue imago dat zij uitstraalde. Haar programma kon kort worden samengevat met een van haar liedteksten: ‘A la vie comme à la guerre, faut brûler tous ses vaisseaux, pour gagner la terre entière, il faut savoir jouer gros.’ Het was het aloude romantische credo dat Marsman ook al gebruikte: ‘Groots en meeslepend wil ik leven, hoort gij, vader, moeder, knekelhuis!’

This entry was posted on Friday, July 9th, 2010 at 15:51 000000000000Fri, 09 Jul 2010 15:51:56 +0000 and is filed under Uncategorized. You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

One Response to “Nicole Louvier”

  1. toplicence ervaring Says:

    I am really impressed with your writing skills and also with
    the layout on your weblog. Is this a paid theme or did you customize it
    yourself? Anyway keep up the excellent quality writing, it’s rare to see
    a great blog like this one these days.

Leave a Reply